Vijf vragen aan… Alpineskiër Steffan Winkelhorst

Door op november 13, 2013

Iedere maand komt er een sporter aan het woord, welke aangesloten is bij sportmanagementbureau FlowSports. Deze maand Alpineskiër Steffan Winkelhorst

1.     Afgelopen weekend vond het NK Alpineskiën Indoor plaats in Landgraaf. Je ging als snelste de finale in, maar tijdens de finale gleed je weg in de sneeuw en zag je de nationale titel aan je neus voorbij gaan. Hoe voel je je daags na deze teleurstelling?

Ik ben nog steeds teleurgesteld dat het is gebeurd, maar ik heb even gekeken hoe het kwam en het was toch wel mijn eigen fout. Ik denk dat ik te graag snel wilde zijn en daardoor wat te direct ging skiën. Ik heb er weer van geleerd en het is duidelijk dat ik altijd mijn basis in orde moet hebben voordat ik sneller kan gaan skiën. Dit verminderd het risico en zorg er toch voor dat ik snel kan skiën. Al met al was het dus weer een leerzame dag en ik denk dat ik het in de loop van vandaag wel naast me neer kan leggen.

2.     Inmiddels ben je weer in Oostenrijk. Kun je wat meer vertellen over je dagelijkse leven in de bergen?

Als we in Oostenrijk zijn is de focus meestal op het skiën. Dat betekend dat we zo effectief proberen te trainen en optimaal voor te bereiden op eventuele wedstrijden. Op het niveau waar we nu zitten wordt het fysieke aspect van het skiën ook steeds belangrijker, dus een goede balans vinden is het belangrijkste. Dat betekend dat we vaak zo’n 5 à 6 dagen per week skiën met 1 à 2 rustdagen of dagen waarbij we niet skiën. De skitraining doen we altijd in de ochtend omdat dan de sneeuw het koudst is en daardoor de kans op goede trainingsomstandigheden het grootst is.

In de middag doen we meestal een fysieke training erbij. Dat kan variëren van een rustige hersteltraining tot een zware krachttraining afhankelijk van onze fysiek gesteldheid en de planning. We moeten het hele seizoen zo fit mogelijk zijn, dus we hebben periodes waarbij we veel skiën en minder fysiek doen en periodes waarbij we minder skiën en dan de aandacht leggen om weer fit te worden voor de aankomende periode om zo goed mogelijk te kunnen skiën.

Daarnaast moeten we voor iedere skitraining ons materiaal weer in orde hebben. Dat betekend dat we onze ski’s moeten prepareren door de kanten weer scherp te maken en de ski’s te waxen om te zorgen dat ze goed blijven glijden. Gemiddeld kost dit zo’n 2 uur per dag.

Verder rusten we vooral uit op een dag en gaan we af en toe even wat drinken of naar de winkels om even wat afleiding te hebben en de aandacht eens niet op het skiën te hebben.

3.     Er zijn verschillende disciplines binnen het alpineskiën. Welke heeft je voorkeur en waarom?

We hebben Slalom, Reuzenslalom, Super G, Super Combi (Super G of Afdaalrun en een slalom run) en Afdaling. Mijn voorkeur gaat vooral uit naar de slalom en in iets mindere mate de reuzenslalom. Verder vind ik het skiën van de andere disciplines op z’n tijd ook heel leuk om te doen, maar omdat ik een lichtgewicht ben met flink wat explosiviteit ben ik niet helemaal gemaakt voor die disciplines. Hetgeen wat mij aanspreekt in skiën algemeen is de snelheid en de diversiteit. Snelheid tijdens de slalom, omdat je dan snel moet bewegen en snel moet anticiperen en bij de speed disciplines is het natuurlijk gaaf om met meer dan 100 km/h naar beneden te gaan. Verder vind ik de uitdaging die je voor iedere run hebt leuk. Iedere run is anders, wat betekend dat je altijd onverwachte dingen tegen kan komen waarmee je op dat moment mee moet kunnen omgaan en daarnaast toch zo snel mogelijk naar beneden moet zien te komen.

4.     Hoe zit het met après-skiën. Ben je daar net zo goed in als je werk op de piste?

Mijn werk is om zo snel mogelijk een berg af te skiën en dat is niet te combineren met après-skiën. Après-skiën is iets voor toeristen die op vakantie zijn en willen genieten van vakantie. Van après-skiën word ik geen betere skiër en ik heb het ook niet nodig om plezier te hebben van mijn sport. Skiën van een berg is al leuk genoeg.

5.     Het leven van een topsporter is vaak moeilijk te begrijpen voor de buitenwereld. Je bent altijd druk en gefocust op je sport, toch? Is er ook tijd voor een studie?

Ik ben inderdaad veel met mijn sport bezig. Ik zit zo’n 30 weken per jaar in het buitenland en dan ben ik natuurlijk heel veel bezig met het skiën en wat er allemaal bij komt kijken. Daarnaast moet ik natuurlijk ook veel trainen als ik in Nederland ben. Skiën is een fysiek zware sport, je moet sterk zijn, maar wel lenig. Je moet conditie hebben om alle trainingen vol te houden en ook een goede coördinatie is belangrijk omdat je continu op een veranderende ondergrond aan het skiën ben.

Door dit drukke schema is het dus lastig om te studeren voor mij. Er zijn natuurlijk uitzonderingen zoals Epke Zonderland, maar voor mij ging dat niet op. Het lastigste is dat ik vooral veel tijdens de wintermaanden weg ben. Van een normaal schooljaar ben ik zo’n 3/4 niet in Nederland, wat het lastig maakt om tentamens te maken en om überhaupt te studeren. Daarnaast moest ik als techniek student ook nog practica en groepsopdrachten maken en dat was bijna niet te doen. Ik heb wel de intentie om ooit een universitair diploma te halen, maar hoe en wat dat zal heel erg afhangen van hoe ik mij in de komende jaren ontwikkel en wat er allemaal mogelijk wordt mbt online studeren en op afstand studeren.

Over